It must be nice (deel 2)

Vrijheid versus thuiskomen.

Alsof je een heerlijke vakantie van 4 weken lang in het buitenland hebt. De hete zon afgewisseld met een verkoelend briesje, kleine steegjes met mooie restaurantjes met een zacht Spaanse muziek op de achtergrond. Iedereen lacht en zitten er ontspannen met een cocktailtje bij. Je slentert door de straten en geniet met volle teugen. De tijd is niet belangrijk en er is geen haast. Alles wat je ziet maakt je vrolijk, de gebouwen, de vogels die fluiten en al je zintuigen zijn super scherp. Je ruikt alles, eet van alles, neemt alle kleuren tot je en maakt de geweldigste foto’s. Er is niks of niemand die je boos kan maken. Je doet waar je zin in hebt in alle vrijheid. Oké behalve de lange wachtrij terwijl jij smacht naar dat heerlijke ijs. Geduld hoor je jezelf zeggen. Heb geduld, verpest je humeur nou niet. Kijk naar de mensen, ze zijn allemaal blij en moeten ook wachten. Je vermant jezelf en besluit geduldig te wachten terwijl je om je heen kijkt. Zo nu en dan maak je oogcontact met de mensen die voorbij lopen en je geeft ze dan een tevreden glimlachje. Ineens maakt die lange rij niet meer uit. Je merkt op dat terwijl je je focus verlegt naar hetgeen je wel blij van wordt, dat het wachten minder erg maakt. Ook zie je dat de voorbijgangers blij worden van jouw glimlach. Het doet je goed.

Foto door Simon Berger op Pexels.com

De laatste dagen van je heerlijke vakantie zijn aangebroken. Je begint een beetje prikkelbaar te worden, je zou wel willen blijven en tegelijkertijd wil je ook heel graag naar huis. Je ziet op tegen het inpakken en de lange terug reis. Stiekem ben je al die vrijheid ook een beetje beu en verlang je naar wat structuur, regelmaat, je eigen huis, je eigen bed en je eigen eten. Je mist zelfs je werk ook een beetje. Wauw wie had dat ooit gedacht? Jij in ieder geval niet.
Dan kom je thuis. Je kan niet wachten tot je binnen bent. Als je eenmaal binnen staat snuif je diep je eigen vertrouwde huisgeur in. Je schouders gaan zichtbaar weer hangen. Eindelijk thuis. Je wordt er super ontspannen van en ’s avonds wanneer alles weer op zijn plek staat kruip je weer lekker warm onder je deken terwijl het buiten koud is en regent. Je hoofd valt gelijk op de juiste plek op je kussen. Je hoeft niet eens moeite te doen om de juiste slaappositie te vinden. Met een diepe zucht zeg je tegen jezelf; wat is het weer heerlijk om thuis te zijn.

Is dit een herkenbare situatie voor je?
Heb je je weleens afgevraagd waarom sommige mensen graag wat anders willen in hun leven om daarna toch te smachten naar het oude vertrouwde en terug te gaan? Dit met uitzonderingen daargelaten natuurlijk.
In het bovenstaande verhaal is de uitdrukking “Oost west, thuis best” gepast en op zijn plek.

God voelt voor mij als thuiskomen!
Er zijn veel momenten in mijn leven geweest dat ik een vakantie genomen heb van God. Helaas was het niet altijd als de bovenstaande beschreven vakantie.
Het leek meer op het programma “ Red mijn vakantie!”.
Ken je dat programma? Mensen gaan met grootste verwachting op vakantie en als ze op de bestemming zijn is het niks van wat ze voor ogen hadden. Het is een catastrofe.
Gelukkig is dat dan niet je eindstation. Je kan altijd weer terug naar huis.

Het kan zijn dat je nu denkt van; ja hoor, jij hebt makkelijk praten! Je bent waarschijnlijk gelovig opgevoed en hebt alles met de paplepel naar binnen gegoten gekregen. Voor jou is het niet anders dan God te aanvaarden en het zo te ervaren dan dat je het nu waarschijnlijk doet. Dat het voelt als thuiskomen.
Aan één kant snap ik deze gedachte volkomen. Dat zou ik ook gedacht hebben.
Aan de andere kant zal ik je helaas moeten teleurstellen.

Foto door Olya Kobruseva op Pexels.com

Veel Christenen zijn gelovig opgevoed en veel ook niet. Ik ken mensen die heel hun leven niet geloofd hebben en op één moment God ervaren en een keuze maken. Ik ken ook veel mensen die gelovig opgevoed zijn en die dat nu niet meer zijn.
Ik ben één van die gelovig opgevoede Christenen en als ik het me goed kan herinneren zat ik als kind wekelijks in de kerk. Als ik niet in de kerk zat dan waren we thuis aan het bidden en aanbidden.
Als ik er nu aan denk word ik er weer moe van en tegelijk zo ontzettend dankbaar.
Ik kan me herinneren dat ik als tiener zo moe uit school kwam en dat ik soms al vroeg in slaap viel.
Laten we zeggen rond een uur of acht in de avond. Dan stormde mijn zusje die tien jaar jonger is (nu 28 jaar is) mijn kamer binnen om te zeggen; dat mama zegt dat we nú gaan bidden!

Je kan je voorstellen dat zo’n kleine opdonder mij absoluut niet subtiel wakker kwam maken. Als ik niet snel genoeg opstond ging ze het nog harder herhalen.
Ik kon haar wel achter het behang plakken, zo chagrijnig werd ik ervan. Ik liep met een zuur gezicht naar beneden en had liever tegen mijn moeder gezegd dat ze mij met rust moest laten zodat ik verder kon slapen.
Dat zei ik natuurlijk niet, anders zou het huis te klein geweest zijn. Om het nog bonter te maken waren de gebeden niet iets korter omdat ik zo moe was, nee hoor ze waren lang en uitgebreid zoals elke dag. Als mijn moeder dit leest…
Ik kon wel huilen. Volgens mij waren er ook daadwerkelijk een aantal keren dat ik gehuild heb.

Zo waren er veel momenten dat ik de paplepel liever had verstopt, weggegooid had of liever op vakantie was geweest. Ik denk dat veel Christenen zich hierin kunnen herkennen.

Dan komt er een moment dat je niet meer vanuit de paplepel gevoed wordt. Je moet het zelf gaan doen. Je hoeft God niet langer te volgen maar het mag.
Ik was vrij jong toen ik moeder werd en ook uit huis ging. Als je mijn blog al langer volgt heb je vast al het rekensommetje gemaakt. Dat was natuurlijk niet zoals het hoorde.
Je kunt je wel voorstellen dat ik me in die tijd ontzettend geschaamd heb ook al was ik in de wolken met mijn kleine meisje.
Bidden stond niet meer als prioriteit op mijn planning. Het was mijn keuze.
Ik zal je zeggen; ik heb het geweten. Red mijn vakantie! Het viel allemaal niet mee. Bij mijn zus in huis gewoond en van daar uit weer naar een tante, naar mijn moeder en dan weer terug. Ik zal je alle details besparen.
Mijn man en ik (toen nog mijn vriend) snakten naar een plek voor onszelf. Ergens waar we ons kleine meisje in alle rust groot konden brengen met alles wat ze nodig had. Dit heeft allemaal in totaal wel 2 jaar geduurd.

Foto door Liza Summer op Pexels.com

Tot mijn moeder een keer voor de deur van het huis van mijn zus stond met mijn Bijbel. Mijn Bijbel waarop ik met grote letters op de zijkant mijn naam had geschreven. Toen ik uit huis ging had ik het niet meegenomen. Ze herinnerde mij er weer aan wat Gods kinderen doen in tijden van benauwdheid, als je hulp nodig hebt en op wie je kan vertrouwen.
Wat voelde dat weer als vanouds en vertrouwd.
Als thuiskomen.

Aan de andere kant kun je je misschien afvragen dat het vast niet de bedoeling is dat je God alleen in tijden van nood oproept. Dat is iets waar ik gelijk aan dacht op dat moment. Heb ik in al die tijd niet gebeden en moet Hij mij nu gaan helpen? Het voelde als misbruik maken.

Mijn moeder keek me liefdevol aan en zei; Ga bidden! God gaat je helpen.

’Uit de diepte roep ik tot u, HEER,
Heer, hoor mijn stem,
Wees aandachtig, luister
naar mijn roep om genade.’ (Psalm 130:1-2)

Zogezegd zo gedaan. Bidden in overgave. Zoals gedacht, verwacht en gelooft is ons gebed in minder dan vier maanden verhoord. We kregen een klein huisje op een wonderbaarlijke manier. Als ik het je zou vertellen zou je kunnen denken dat het puur geluk was.

Voor mij was het gebedsverhoring. God geeft antwoord op je gebeden. Alle middelen die we nodig hadden hebben we gekregen. Ons kleine meisje had toen een fijn en geborgen plekje om op te groeien.

Ken jij het verhaal van de verloren zoon? De zoon die zijn ouderlijk huis verlaat en alles doet wat God verboden heeft en als hij ziet dat het allemaal toch tegenzit, weer terug naar huis gaat en dat zijn vader hem met open armen ontvangt en zelfs een feestje organiseert? Zo’n Vader is God.

Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden
Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem. “Vader,” zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.”

Lukas 15: 18-20

Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren.

Lukas 15: 22-23

Foto door Joshua Abner op Pexels.com

Kun je jezelf in dat verhaal verplaatsen? Ook al maak je soms bepaalde keuzes in je leven die niet altijd even goed uitpakken. God staat altijd met open armen om je terug te ontvangen.
Je mag weer thuiskomen!

Isn’t that nice???

Het lied Who Am I- Casting Crowns, geeft zo goed aan dat je altijd terug mag komen.

I AM your identity

6 gedachten over “It must be nice (deel 2)

Voeg uw reactie toe

Laat een reactie achter op renatejanse Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: